1 Kronieken 2:14
“Nethaneël de vierde, Raddai de vijfde,”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 2 — omringende verzen
De zonen ook van Hezron, die hem geboren waren: Jerahmeel, en Ram, en Chelubai.
10En Ram verwekte Amminadab; en Amminadab verwekte Nahson, vorst van de kinderen van Juda;
11En Nahson verwekte Salma, en Salma verwekte Boaz,
12En Boaz verwekte Obed, en Obed verwekte Isaï,
13En Isaï verwekte zijn eerstgeborene Eliab, en Abinadab de tweede, en Simma de derde,
Nethaneël de vierde, Raddai de vijfde,
Ozem de zesde, David de zevende:
16Wier zusters waren Zeruja en Abigaïl. En de zonen van Zeruja: Abisai, en Joab, en Asahel, drie.
17En Abigaïl baarde Amasa; en de vader van Amasa was Jether, de Ismaëliet.
18En Kaleb, de zoon van Hezron, verwekte kinderen bij Azuba, zijn vrouw, en bij Jerioth: haar zonen zijn deze: Jeser, en Sobab, en Ardon.
19En toen Azuba gestorven was, nam Kaleb Efrath voor zichzelf, die hem Hur baarde.