1 Kronieken 2:48
“Maächa, de bijvrouw van Kaleb, baarde Seber en Tirhana.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 2 — omringende verzen
En de zonen van Hebron: Korach, en Tappuach, en Rekem, en Sema.
44En Sema verwekte Raham, de vader van Jorkeam; en Rekem verwekte Sammai.
45En de zoon van Sammai was Maön; en Maön was de vader van Beth-Zur.
46En Efa, de bijvrouw van Kaleb, baarde Haran, en Moza, en Gazez; en Haran verwekte Gazez.
47En de zonen van Jahdai: Regem, en Jotham, en Gesam, en Pelet, en Efa, en Saäf.
Maächa, de bijvrouw van Kaleb, baarde Seber en Tirhana.
Zij baarde ook Saäf, de vader van Madmanna, Seva, de vader van Machbena, en de vader van Gibea; en de dochter van Kaleb was Achsa.
50Dit waren de zonen van Kaleb, de zoon van Hur, de eerstgeborene van Efrata: Sobal, de vader van Kirjath-Jearim.
51Salma, de vader van Bethlehem, Hareph, de vader van Beth-Gader.
52En Sobal, de vader van Kirjath-Jearim, had zonen: Haroë, en de helft van de Manahethieten.
53En de geslachten van Kirjath-Jearim: de Ithrieten, en de Puhieten, en de Sumathieten, en de Misraïeten; van dezen kwamen de Zoreathieten en de Estaülieten voort,