1 Kronieken 2:51
“Salma, de vader van Bethlehem, Hareph, de vader van Beth-Gader.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 2 — omringende verzen
En Efa, de bijvrouw van Kaleb, baarde Haran, en Moza, en Gazez; en Haran verwekte Gazez.
47En de zonen van Jahdai: Regem, en Jotham, en Gesam, en Pelet, en Efa, en Saäf.
48Maächa, de bijvrouw van Kaleb, baarde Seber en Tirhana.
49Zij baarde ook Saäf, de vader van Madmanna, Seva, de vader van Machbena, en de vader van Gibea; en de dochter van Kaleb was Achsa.
50Dit waren de zonen van Kaleb, de zoon van Hur, de eerstgeborene van Efrata: Sobal, de vader van Kirjath-Jearim.
Salma, de vader van Bethlehem, Hareph, de vader van Beth-Gader.
En Sobal, de vader van Kirjath-Jearim, had zonen: Haroë, en de helft van de Manahethieten.
53En de geslachten van Kirjath-Jearim: de Ithrieten, en de Puhieten, en de Sumathieten, en de Misraïeten; van dezen kwamen de Zoreathieten en de Estaülieten voort,
54De zonen van Salma: Bethlehem en de Netofathieten, Atroth-Beth-Joab, en de helft van de Manahethieten, de Zorieten.
55En de geslachten der schrijvers, die te Jabez woonden: de Tiratieten, de Simeatieten en de Suchatieten. Dit zijn de Kenieten, die afkomstig waren van Hemath, de vader van het huis van Rechab.