1 Kronieken 23:19
“Van de zonen van Hebron: Jeria de eerste, Amarja de tweede, Jahaziël de derde en Jekameam de vierde.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 23 — omringende verzen
Aangaande Mozes, de man Gods: zijn zonen werden gerekend tot de stam van Levi.
15De zonen van Mozes waren: Gersom en Eliëzer.
16Van de zonen van Gersom was Sebuel de voornaamste.
17En de zonen van Eliëzer waren: Rehabia de voornaamste. En Eliëzer had geen andere zonen; maar de zonen van Rehabia waren zeer talrijk.
18Van de zonen van Jizhar: Selomith de voornaamste.
Van de zonen van Hebron: Jeria de eerste, Amarja de tweede, Jahaziël de derde en Jekameam de vierde.
Van de zonen van Uzziël: Micha de eerste en Jesia de tweede.
21De zonen van Merari: Mahli en Musi. De zonen van Mahli: Eliëzer en Kis.
22En Eliëzer stierf en had geen zonen, maar alleen dochters; en hun broeders, de zonen van Kis, namen hen tot vrouwen.
23De zonen van Musi: Mahli, Eder en Jeremoth, drie.
24Dezen waren de zonen van Levi naar het huis van hun vaderen; namelijk de hoofden der families, zoals zij geteld werden naar het aantal van hun namen, hoofd voor hoofd, die het werk verrichtten voor de dienst van het huis van de HEER, vanaf twintig jaar en daarboven.