1 Kronieken 23:24
“Dezen waren de zonen van Levi naar het huis van hun vaderen; namelijk de hoofden der families, zoals zij geteld werden naar het aantal van hun namen, hoofd voor hoofd, die het werk verrichtten voor de dienst van het huis van de HEER, vanaf twintig jaar en daarboven.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 23 — omringende verzen
Van de zonen van Hebron: Jeria de eerste, Amarja de tweede, Jahaziël de derde en Jekameam de vierde.
20Van de zonen van Uzziël: Micha de eerste en Jesia de tweede.
21De zonen van Merari: Mahli en Musi. De zonen van Mahli: Eliëzer en Kis.
22En Eliëzer stierf en had geen zonen, maar alleen dochters; en hun broeders, de zonen van Kis, namen hen tot vrouwen.
23De zonen van Musi: Mahli, Eder en Jeremoth, drie.
Dezen waren de zonen van Levi naar het huis van hun vaderen; namelijk de hoofden der families, zoals zij geteld werden naar het aantal van hun namen, hoofd voor hoofd, die het werk verrichtten voor de dienst van het huis van de HEER, vanaf twintig jaar en daarboven.
Want David had gezegd: De HEER, de God van Israël, heeft zijn volk rust gegeven, opdat zij voor altijd in Jeruzalem wonen;
26En ook de Levieten zullen de tabernakel en al zijn voorwerpen voor de dienst daarvan niet langer dragen.
27Want naar de laatste woorden van David werden de Levieten geteld van twintig jaar en daarboven;
28Want hun taak was te wachten op de zonen van Aäron voor de dienst van het huis van de HEER, in de voorhoven en in de kamers, en bij de reiniging van al het heilige, en voor het werk van de dienst in het huis van God;
29Zowel voor het toonbrood als voor het fijne meel voor het spijsoffer, voor de ongezuurde koeken, voor wat op de plaat gebakken wordt en voor wat in de pan gebakken wordt, en voor allerlei maten en gewichten;