Terug naar 1 Kronieken 25
VSV
Statenvertaling

1 Kronieken 25:5

Al dezen waren zonen van Heman, de ziener van de koning in de woorden van God, om de hoorn te verheffen. En God gaf aan Heman veertien zonen en drie dochteren.

Kruisverwijzingen

Context

1 Kronieken 25 — omringende verzen

1

Bovendien scheidde David en de bevelhebbers van het leger voor de dienst de zonen van Asaf, en van Heman, en van Jeduthun af, die zouden profeteren met harpen, met luiten en met cimbalen; en het getal van de mannen die deze dienst verrichtten was:

2

Van de zonen van Asaf: Zakkur, en Jozef, en Nethanja, en Asaréla, de zonen van Asaf, onder de leiding van Asaf, die profeteerde naar het bevel van de koning.

3

Van Jeduthun: de zonen van Jeduthun: Gedalja, en Zeri, en Jesaja, Hasabja en Mattithja, zes, onder de leiding van hun vader Jeduthun, die profeteerde met een harp, om de HEER te danken en te loven.

4

Van Heman: de zonen van Heman: Bukkia, Mattanja, Uzziël, Sebuël en Jerimoth, Hananja, Hanani, Eliatha, Giddalti en Romamti-Ezer, Josbekas, Mallothi, Hothir en Mahazioth:

5

Al dezen waren zonen van Heman, de ziener van de koning in de woorden van God, om de hoorn te verheffen. En God gaf aan Heman veertien zonen en drie dochteren.

6

Al dezen stonden onder de leiding van hun vader voor de zang in het huis van de HEER, met cimbalen, luiten en harpen, voor de dienst van het huis van God, overeenkomstig het bevel van de koning aan Asaf, Jeduthun en Heman.

7

Zo was hun getal, met hun broeders die onderwezen waren in de liederen van de HEER, allen die bekwaam waren, tweehonderdachtentachtig.

8

En zij wierpen het lot, wacht tegen wacht, zowel de kleine als de grote, de meester zowel als de leerling.

9

Nu viel het eerste lot voor Asaf aan Jozef; het tweede aan Gedalja, die met zijn broeders en zonen twaalf waren;

10

het derde aan Zakkur, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;