1 Kronieken 25:8
“En zij wierpen het lot, wacht tegen wacht, zowel de kleine als de grote, de meester zowel als de leerling.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 25 — omringende verzen
Van Jeduthun: de zonen van Jeduthun: Gedalja, en Zeri, en Jesaja, Hasabja en Mattithja, zes, onder de leiding van hun vader Jeduthun, die profeteerde met een harp, om de HEER te danken en te loven.
4Van Heman: de zonen van Heman: Bukkia, Mattanja, Uzziël, Sebuël en Jerimoth, Hananja, Hanani, Eliatha, Giddalti en Romamti-Ezer, Josbekas, Mallothi, Hothir en Mahazioth:
5Al dezen waren zonen van Heman, de ziener van de koning in de woorden van God, om de hoorn te verheffen. En God gaf aan Heman veertien zonen en drie dochteren.
6Al dezen stonden onder de leiding van hun vader voor de zang in het huis van de HEER, met cimbalen, luiten en harpen, voor de dienst van het huis van God, overeenkomstig het bevel van de koning aan Asaf, Jeduthun en Heman.
7Zo was hun getal, met hun broeders die onderwezen waren in de liederen van de HEER, allen die bekwaam waren, tweehonderdachtentachtig.
En zij wierpen het lot, wacht tegen wacht, zowel de kleine als de grote, de meester zowel als de leerling.
Nu viel het eerste lot voor Asaf aan Jozef; het tweede aan Gedalja, die met zijn broeders en zonen twaalf waren;
10het derde aan Zakkur, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
11het vierde aan Izri, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
12het vijfde aan Nethanja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
13het zesde aan Bukkia, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;