1 Kronieken 27:16
“Voorts over de stammen van Israël: de vorst over de Rubenieten was Eliëzer de zoon van Zichri; over de Simeonieten, Sefatja de zoon van Maächa;”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 27 — omringende verzen
De achtste overste voor de achtste maand was Sibbechai de Husathiet, van de Zarhieten; en zijn afdeling telde vierentwintigduizend.
12De negende overste voor de negende maand was Abiëzer de Anathothiet, van de Benjaminieten; en zijn afdeling telde vierentwintigduizend.
13De tiende overste voor de tiende maand was Maharai de Netofathiet, van de Zarhieten; en zijn afdeling telde vierentwintigduizend.
14De elfde overste voor de elfde maand was Benaja de Pirathoniet, van de kinderen van Efraïm; en zijn afdeling telde vierentwintigduizend.
15De twaalfde overste voor de twaalfde maand was Heldai de Netofathiet, van Otniël; en zijn afdeling telde vierentwintigduizend.
Voorts over de stammen van Israël: de vorst over de Rubenieten was Eliëzer de zoon van Zichri; over de Simeonieten, Sefatja de zoon van Maächa;
Over de Levieten, Hasabia de zoon van Kemuël; over de Aäronieten, Zadok;
18Over Juda, Elihu, een van de broeders van David; over Issaschar, Omri de zoon van Michaël;
19Over Zebulon, Jismaja de zoon van Obadja; over Naftali, Jerimoth de zoon van Azriël;
20Over de kinderen van Efraïm, Hosea de zoon van Azazja; over de halve stam van Manasse, Joël de zoon van Pedaja;
21Over de halve stam van Manasse in Gilead, Iddo de zoon van Zacharia; over Benjamin, Jaäsiël de zoon van Abner;