1 Kronieken 27:18
“Over Juda, Elihu, een van de broeders van David; over Issaschar, Omri de zoon van Michaël;”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 27 — omringende verzen
De tiende overste voor de tiende maand was Maharai de Netofathiet, van de Zarhieten; en zijn afdeling telde vierentwintigduizend.
14De elfde overste voor de elfde maand was Benaja de Pirathoniet, van de kinderen van Efraïm; en zijn afdeling telde vierentwintigduizend.
15De twaalfde overste voor de twaalfde maand was Heldai de Netofathiet, van Otniël; en zijn afdeling telde vierentwintigduizend.
16Voorts over de stammen van Israël: de vorst over de Rubenieten was Eliëzer de zoon van Zichri; over de Simeonieten, Sefatja de zoon van Maächa;
17Over de Levieten, Hasabia de zoon van Kemuël; over de Aäronieten, Zadok;
Over Juda, Elihu, een van de broeders van David; over Issaschar, Omri de zoon van Michaël;
Over Zebulon, Jismaja de zoon van Obadja; over Naftali, Jerimoth de zoon van Azriël;
20Over de kinderen van Efraïm, Hosea de zoon van Azazja; over de halve stam van Manasse, Joël de zoon van Pedaja;
21Over de halve stam van Manasse in Gilead, Iddo de zoon van Zacharia; over Benjamin, Jaäsiël de zoon van Abner;
22Over Dan, Azareël de zoon van Jeroham. Dezen waren de vorsten van de stammen van Israël.
23Maar David telde hen niet die twintig jaar oud en jonger waren, omdat de HEER gezegd had dat Hij Israël zou vermenigvuldigen als de sterren des hemels.