1 Kronieken 28:6
“En Hij zeide tot mij: Salomo, uw zoon, hij zal mijn huis en mijn voorhoven bouwen; want ik heb hem verkozen tot mijn zoon, en Ik zal hem tot een vader zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 28 — omringende verzen
En David vergaderde alle vorsten van Israël bijeen, de vorsten van de stammen, en de oversten van de afdelingen die de koning naar de beurt dienden, en de oversten over duizenden, en de oversten over honderden, en de rentmeesters over al het bezit en de eigendommen van de koning en van zijn zonen, met de ambtenaren, en de helden, en alle dappere mannen, te Jeruzalem.
2Toen stond koning David op van zijn zetel en zeide: Hoort mij, mijn broeders en mijn volk. Wat mij betreft, ik had in mijn hart het voornemen een huis van rust te bouwen voor de ark van het verbond van de HEER, en voor de voetbank van onze God, en ik had voorbereidingen getroffen voor de bouw.
3Maar God zeide tot mij: Gij zult geen huis bouwen voor mijn naam, want gij zijt een man van oorlog geweest en hebt bloed vergoten.
4Nochtans heeft de HEER, de God van Israël, mij uitverkoren boven heel het huis van mijn vader, om voor altijd koning over Israël te zijn; want Hij heeft Juda uitverkoren als heerserstam, en uit het huis van Juda het huis van mijn vader, en onder de zonen van mijn vader behaagde het Hem mij te maken tot koning over geheel Israël.
5En van al mijn zonen — want de HEER heeft mij vele zonen gegeven — heeft Hij Salomo, mijn zoon, uitverkoren om op de troon van het koninkrijk van de HEER over Israël te zitten.
En Hij zeide tot mij: Salomo, uw zoon, hij zal mijn huis en mijn voorhoven bouwen; want ik heb hem verkozen tot mijn zoon, en Ik zal hem tot een vader zijn.
Bovendien zal Ik zijn koninkrijk voor altijd bevestigen, indien hij standvastig blijft om mijn geboden en mijn verordeningen te volbrengen, zoals heden ten dage.
8Nu dan, ten overstaan van heel Israël, de gemeente van de HEER, en ten aanhoren van onze God: onderhoudt en zoekt al de geboden van de HEER uw God, opdat gij dit goede land moogt bezitten en het als erfenis nalaten aan uw kinderen na u, voor eeuwig.
9En u, Salomo mijn zoon, ken de God van uw vader, en dien Hem met een volkomen hart en met een gewillige ziel; want de HEER doorzoekt alle harten en verstaat al de gedachten en overleggingen. Indien gij Hem zoekt, zal Hij door u gevonden worden; maar indien gij Hem verlaat, zal Hij u voor altijd verwerpen.
10Neem dit nu ter harte; want de HEER heeft u gekozen om een huis voor het heiligdom te bouwen. Wees sterk en doe het.
11Daarna gaf David aan zijn zoon Salomo het ontwerp van de voorhal, en van de gebouwen daarvan, en van de schatkamers daarvan, en van de bovenkamers daarvan, en van de binnenkamers daarvan, en van de plaats van het verzoendeksel,