Terug naar 1 Kronieken 28
VSV
Statenvertaling

1 Kronieken 28:8

Nu dan, ten overstaan van heel Israël, de gemeente van de HEER, en ten aanhoren van onze God: onderhoudt en zoekt al de geboden van de HEER uw God, opdat gij dit goede land moogt bezitten en het als erfenis nalaten aan uw kinderen na u, voor eeuwig.

Kruisverwijzingen

Context

1 Kronieken 28 — omringende verzen

3

Maar God zeide tot mij: Gij zult geen huis bouwen voor mijn naam, want gij zijt een man van oorlog geweest en hebt bloed vergoten.

4

Nochtans heeft de HEER, de God van Israël, mij uitverkoren boven heel het huis van mijn vader, om voor altijd koning over Israël te zijn; want Hij heeft Juda uitverkoren als heerserstam, en uit het huis van Juda het huis van mijn vader, en onder de zonen van mijn vader behaagde het Hem mij te maken tot koning over geheel Israël.

5

En van al mijn zonen — want de HEER heeft mij vele zonen gegeven — heeft Hij Salomo, mijn zoon, uitverkoren om op de troon van het koninkrijk van de HEER over Israël te zitten.

6

En Hij zeide tot mij: Salomo, uw zoon, hij zal mijn huis en mijn voorhoven bouwen; want ik heb hem verkozen tot mijn zoon, en Ik zal hem tot een vader zijn.

7

Bovendien zal Ik zijn koninkrijk voor altijd bevestigen, indien hij standvastig blijft om mijn geboden en mijn verordeningen te volbrengen, zoals heden ten dage.

8

Nu dan, ten overstaan van heel Israël, de gemeente van de HEER, en ten aanhoren van onze God: onderhoudt en zoekt al de geboden van de HEER uw God, opdat gij dit goede land moogt bezitten en het als erfenis nalaten aan uw kinderen na u, voor eeuwig.

9

En u, Salomo mijn zoon, ken de God van uw vader, en dien Hem met een volkomen hart en met een gewillige ziel; want de HEER doorzoekt alle harten en verstaat al de gedachten en overleggingen. Indien gij Hem zoekt, zal Hij door u gevonden worden; maar indien gij Hem verlaat, zal Hij u voor altijd verwerpen.

10

Neem dit nu ter harte; want de HEER heeft u gekozen om een huis voor het heiligdom te bouwen. Wees sterk en doe het.

11

Daarna gaf David aan zijn zoon Salomo het ontwerp van de voorhal, en van de gebouwen daarvan, en van de schatkamers daarvan, en van de bovenkamers daarvan, en van de binnenkamers daarvan, en van de plaats van het verzoendeksel,

12

En het ontwerp van alles wat hij door de Geest ontvangen had: van de voorhoven van het huis van de HEER, en van alle kamers rondom, van de schatkamers van het huis van God, en van de schatkamers der geheiligde dingen;

13

Ook voor de afdelingen van de priesters en de Levieten, en voor al het werk van de dienst van het huis van de HEER, en voor alle dienstvoorwerpen in het huis van de HEER.