1 Kronieken 3:9
“Dit waren allen de zonen van David, behalve de zonen der bijvrouwen, en Tamar, hun zuster.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 3 — omringende verzen
Deze zes werden hem te Hebron geboren; en daar regeerde hij zeven jaar en zes maanden; en te Jeruzalem regeerde hij drieëndertig jaar.
5En dezen werden hem te Jeruzalem geboren: Simea, en Sobab, en Nathan, en Salomo, vier, van Bathsua, de dochter van Ammiël;
6Ook Jibhar, en Elisama, en Elifelet,
7En Noga, en Nefeg, en Jafia,
8En Elisama, en Eljada, en Elifelet, negen.
Dit waren allen de zonen van David, behalve de zonen der bijvrouwen, en Tamar, hun zuster.
En de zoon van Salomo was Rehabeam, Abia zijn zoon, Asa zijn zoon, Josafat zijn zoon,
11Joram zijn zoon, Ahazia zijn zoon, Joas zijn zoon,
12Amazia zijn zoon, Azaria zijn zoon, Jotham zijn zoon,
13Achaz zijn zoon, Hizkia zijn zoon, Manasse zijn zoon,
14Amon zijn zoon, Josia zijn zoon.