1 Kronieken 5:26
“Daarom wekte de God van Israël de geest op van Pul, de koning van Assyrië, en de geest van Tiglat-Pilneser, de koning van Assyrië, en hij voerde hen weg, namelijk de Rubenieten en de Gadieten en de halve stam van Manasse, en hij bracht hen naar Halah en Habor en Hara en naar de rivier Gozan, tot op deze dag.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 5 — omringende verzen
En zij voerden hun vee weg: van hun kamelen vijftigduizend, en van schapen tweehonderdvijftigduizend, en van ezels tweeduizend, en van mensen honderdduizend.
22Want er vielen velen verslagen neer, omdat de oorlog van God was. En zij woonden in hun plaats tot aan de ballingschap toe.
23En de zonen van de halve stam van Manasse woonden in het land. Zij breidden zich uit van Basan af tot aan Baäl-Hermon en Senir en de berg Hermon toe.
24En dit waren de hoofden van het huis van hun vaderen: Hefer en Jisi en Eliël en Azriël en Jeremia en Hodavia en Jahdiël, dappere helden, beroemde mannen, hoofden van het huis van hun vaderen.
25Maar zij overtraden tegen de God van hun vaderen en hoereerden de goden van de volken van het land na, die God voor hun aangezicht verdelgd had.
Daarom wekte de God van Israël de geest op van Pul, de koning van Assyrië, en de geest van Tiglat-Pilneser, de koning van Assyrië, en hij voerde hen weg, namelijk de Rubenieten en de Gadieten en de halve stam van Manasse, en hij bracht hen naar Halah en Habor en Hara en naar de rivier Gozan, tot op deze dag.