1 Kronieken 6:27
“Eliab, zijn zoon; Jeroham, zijn zoon; Elkana, zijn zoon.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 6 — omringende verzen
De zonen van Kahath: Amminadab, zijn zoon; Korach, zijn zoon; Assir, zijn zoon;
23Elkana, zijn zoon; en Ebjasaf, zijn zoon; en Assir, zijn zoon;
24Tahath, zijn zoon; Uriël, zijn zoon; Uzzia, zijn zoon; en Saul, zijn zoon.
25En de zonen van Elkana: Amasai en Ahimoth.
26Wat Elkana betreft: de zonen van Elkana: Zofai, zijn zoon; en Nahath, zijn zoon;
Eliab, zijn zoon; Jeroham, zijn zoon; Elkana, zijn zoon.
En de zonen van Samuël: de eerstgeborene Vasni, en Abia.
29De zonen van Merari: Mahli; Libni, zijn zoon; Simeï, zijn zoon; Uzza, zijn zoon;
30Simea, zijn zoon; Haggia, zijn zoon; Asaja, zijn zoon.
31En dit zijn zij die David aanstelde over de dienst van de muziek in het huis des HEREN, nadat de ark rust had gekregen.
32En zij dienden voor de woning van de tent der samenkomst met zang, totdat Salomo het huis des HEREN in Jeruzalem gebouwd had; en zij richtten zich naar hun ambt overeenkomstig hun ordening.