1 Kronieken 6:30
“Simea, zijn zoon; Haggia, zijn zoon; Asaja, zijn zoon.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 6 — omringende verzen
En de zonen van Elkana: Amasai en Ahimoth.
26Wat Elkana betreft: de zonen van Elkana: Zofai, zijn zoon; en Nahath, zijn zoon;
27Eliab, zijn zoon; Jeroham, zijn zoon; Elkana, zijn zoon.
28En de zonen van Samuël: de eerstgeborene Vasni, en Abia.
29De zonen van Merari: Mahli; Libni, zijn zoon; Simeï, zijn zoon; Uzza, zijn zoon;
Simea, zijn zoon; Haggia, zijn zoon; Asaja, zijn zoon.
En dit zijn zij die David aanstelde over de dienst van de muziek in het huis des HEREN, nadat de ark rust had gekregen.
32En zij dienden voor de woning van de tent der samenkomst met zang, totdat Salomo het huis des HEREN in Jeruzalem gebouwd had; en zij richtten zich naar hun ambt overeenkomstig hun ordening.
33En dit zijn zij die met hun zonen de dienst waarnamen. Van de zonen van de Kahathieten: Heman, de zanger, de zoon van Joël, de zoon van Samuël,
34de zoon van Elkana, de zoon van Jeroham, de zoon van Eliël, de zoon van Toah,
35de zoon van Zuf, de zoon van Elkana, de zoon van Mahath, de zoon van Amasai,