Terug naar 1 Kronieken 7
VSV
Statenvertaling

1 Kronieken 7:12

Ook Suppim en Huppim, de kinderen van Ir, en Husim, de zonen van Aher.

Kruisverwijzingen

Context

1 Kronieken 7 — omringende verzen

7

En de zonen van Bela: Ezbon en Uzzi en Uzziël en Jerimoth en Iri, vijf; hoofden van het huis hunner vaderen, dappere mannen van kracht; en zij werden ingeschreven in hun geslachtsregisters: twee en twintigduizend en vier en dertig.

8

En de zonen van Becher: Zemira en Joas en Eliëzer en Elioenai en Omri en Jerimoth en Abia en Anathoth en Alameth. Al dezen zijn de zonen van Becher.

9

En hun getal, naar hun geslachtsregister, naar hun geslachten, de hoofden van het huis hunner vaderen, dappere mannen van kracht, was twintigduizend en tweehonderd.

10

De zonen van Jediael nu waren: Bilhan; en de zonen van Bilhan: Jeus en Benjamin en Ehud en Chenaäna en Zethan en Tharsis en Ahisahar.

11

Al dezen waren de zonen van Jediael, naar de hoofden hunner vaderen, dappere mannen van kracht, zeventienduizend en tweehonderd strijdbare mannen, geschikt om ten oorlog en ten strijde uit te trekken.

12

Ook Suppim en Huppim, de kinderen van Ir, en Husim, de zonen van Aher.

13

De zonen van Naftali: Jahziël en Guni en Jezer en Sallum, de zonen van Bilha.

14

De zonen van Manasse: Asriël, die zij baarde; maar zijn bijvrouw, de Aramese, baarde Machir, de vader van Gilead;

15

En Machir nam tot vrouw de zuster van Huppim en Suppim, wier naam was Maächa; en de naam van de tweede was Zelafead; en Zelafead had dochters.

16

En Maächa, de vrouw van Machir, baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Peres; en de naam van zijn broeder was Seres; en zijn zonen waren Ulam en Rakem.

17

En de zonen van Ulam: Bedan. Dit waren de zonen van Gilead, de zoon van Machir, de zoon van Manasse.