VSV
Statenvertaling1 Kronieken 8:29
“En te Gibeon woonde de vader van Gibeon, en de naam van zijn vrouw was Maächa.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 8 — omringende verzen
24
En Hananja, en Elam, en Antothia,
25En Ifdeja, en Peniël, de zonen van Sasak.
26En Samsraï, en Seharja, en Atalja,
27En Jaresja, en Elia, en Zichri, de zonen van Jerocham.
28Dezen waren hoofden van de vaders, naar hun geslachten, voornaamste mannen. Dezen woonden te Jeruzalem.
29
30En te Gibeon woonde de vader van Gibeon, en de naam van zijn vrouw was Maächa.
En zijn eerstgeboren zoon Abdon, en Zur, en Kis, en Baäl, en Nadab,
31En Gedor, en Ahio, en Zacher.
32En Mikloth verwekte Simeah. En ook dezen woonden met hun broeders te Jeruzalem, tegenover hen.
33En Ner verwekte Kis, en Kis verwekte Saul, en Saul verwekte Jonathan, en Malchisua, en Abinadab, en Esbaäl.
34En de zoon van Jonathan was Merib-Baäl; en Merib-Baäl verwekte Micha.