1 Kronieken 8:34
“En de zoon van Jonathan was Merib-Baäl; en Merib-Baäl verwekte Micha.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 8 — omringende verzen
En te Gibeon woonde de vader van Gibeon, en de naam van zijn vrouw was Maächa.
30En zijn eerstgeboren zoon Abdon, en Zur, en Kis, en Baäl, en Nadab,
31En Gedor, en Ahio, en Zacher.
32En Mikloth verwekte Simeah. En ook dezen woonden met hun broeders te Jeruzalem, tegenover hen.
33En Ner verwekte Kis, en Kis verwekte Saul, en Saul verwekte Jonathan, en Malchisua, en Abinadab, en Esbaäl.
En de zoon van Jonathan was Merib-Baäl; en Merib-Baäl verwekte Micha.
En de zonen van Micha waren: Pithon, en Melech, en Tarea, en Ahaz.
36En Ahaz verwekte Jehoada; en Jehoada verwekte Alemet, en Azmaveth, en Zimri; en Zimri verwekte Moza,
37En Moza verwekte Binea; Rafa was zijn zoon, Elasa zijn zoon, Azel zijn zoon.
38En Azel had zes zonen, en dit zijn hun namen: Azrikam, Bocheru, Ismaël, Searjahu, Obadja en Hanan. Dit alles waren de zonen van Azel.
39En de zonen van Esek, zijn broeder, waren: Ulam, zijn eerstgeborene, Jehus de tweede, en Elifelet de derde.