1 Kronieken 9:34
“Deze hoofdvaders van de Levieten waren het hoofd in hun geslachten; dezen woonden te Jeruzalem.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 9 — omringende verzen
Sommigen van hen waren ook aangesteld om toezicht te houden over de voorwerpen en alle gereedschappen van het heiligdom, en over het fijne meel, de wijn, de olie, het wierook en de specerijen.
30En sommigen van de zonen der priesters maakten de zalfolie van de specerijen.
31En Mattitja, een van de Levieten, de eerstgeborene van Sallum, de Korachiet, had het vaste ambt over de dingen die in de pannen bereid werden.
32En anderen van hun broederen, van de zonen der Kehatieten, waren aangesteld over de toonbroden, om die elke sabbat gereed te maken.
33En dit zijn de zangers, hoofden der vaderen onder de Levieten, die in de kamers verbleven en vrijgesteld waren; want zij waren dag en nacht met dat werk bezig.
Deze hoofdvaders van de Levieten waren het hoofd in hun geslachten; dezen woonden te Jeruzalem.
En in Gibeon woonde de vader van Gibeon, Jeïel, en de naam van zijn vrouw was Maächa;
36En zijn eerstgeboren zoon was Abdon, dan Zur, en Kis, en Baäl, en Ner, en Nadab.
37En Gedor, en Ahio, en Zacharia, en Mikloth.
38En Mikloth verwekte Simeam. En ook dezen woonden met hun broederen te Jeruzalem, tegenover hun broederen.
39En Ner verwekte Kis; en Kis verwekte Saul; en Saul verwekte Jonathan, en Malchisua, en Abinadab, en Esbaäl.