1 Samuël 1:1
“Nu was er een zeker man van Ramathaïm-Zofim, van het bergland van Efraïm, en zijn naam was Elkana, de zoon van Jeroham, de zoon van Elihu, de zoon van Tohu, de zoon van Zuf, een Efrathiet.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 1 — omringende verzen
Nu was er een zeker man van Ramathaïm-Zofim, van het bergland van Efraïm, en zijn naam was Elkana, de zoon van Jeroham, de zoon van Elihu, de zoon van Tohu, de zoon van Zuf, een Efrathiet.
En hij had twee vrouwen; de naam van de ene was Hanna, en de naam van de andere Peninna; en Peninna had kinderen, maar Hanna had geen kinderen.
3En deze man ging jaar aan jaar op uit zijn stad om de HEER der heerscharen te aanbidden en Hem offers te brengen in Silo. En de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, de priesters van de HEER, waren daar.
4En wanneer de dag kwam dat Elkana offerde, gaf hij aan Peninna, zijn vrouw, en aan al haar zonen en haar dochters, delen.
5Maar aan Hanna gaf hij een dubbel deel, want hij had Hanna lief; doch de HEER had haar baarmoeder gesloten.
6En haar tegenstandster tergde haar ook zeer om haar te prikkelen, omdat de HEER haar baarmoeder gesloten had.