Terug naar 1 Samuël 10
VSV
Statenvertaling

1 Samuël 10:19

Maar gij hebt heden uw God verworpen, Die u Zelf uit al uw tegenspoeden en uw verdrukkingen verlost heeft; en gij hebt tot Hem gezegd: Neen, maar stel een koning over ons. Nu dan, stel u voor het aangezicht des HEREN, naar uw stammen en naar uw duizendtallen.

Kruisverwijzingen

Context

1 Samuël 10 — omringende verzen

14

En Sauls oom zei tot hem en tot zijn knecht: Waar zijt gij heengegaan? En hij zei: Om de ezelinnen te zoeken; en toen wij zagen dat zij nergens waren, kwamen wij tot Samuël.

15

En Sauls oom zei: Vertel mij toch wat Samuël tot u gezegd heeft.

16

En Saul zei tot zijn oom: Hij heeft ons ronduit gezegd dat de ezelinnen gevonden waren. Maar van de zaak van het koningschap, waarvan Samuël gesproken had, vertelde hij hem niet.

17

En Samuël riep het volk samen tot de HEER te Mizpa,

18

En zei tot de kinderen Israëls: Zo zegt de HEER, de God van Israël: Ik heb Israël uit Egypte opgebracht, en heb u verlost uit de hand van de Egyptenaren, en uit de hand van al de koninkrijken die u verdrukten.

19

Maar gij hebt heden uw God verworpen, Die u Zelf uit al uw tegenspoeden en uw verdrukkingen verlost heeft; en gij hebt tot Hem gezegd: Neen, maar stel een koning over ons. Nu dan, stel u voor het aangezicht des HEREN, naar uw stammen en naar uw duizendtallen.

20

Toen Samuël al de stammen van Israël had doen naderen, werd de stam Benjamin aangewezen.

21

Toen hij de stam Benjamin had doen naderen naar hun geslachten, werd het geslacht van Matri aangewezen, en Saul, de zoon van Kis, werd aangewezen; maar toen zij hem zochten, kon hij niet gevonden worden.

22

Daarom vroegen zij de HEER verder: Zal de man nog hierheen komen? En de HEER antwoordde: Zie, hij heeft zich tussen de bagage verborgen.

23

En zij liepen en haalden hem vandaar; en toen hij te midden van het volk stond, was hij hoger dan al het volk, van zijn schouders en opwaarts.

24

En Samuël zei tot het ganse volk: Ziet gij hem die de HEER verkoren heeft, dat er niemand is gelijk hem onder het ganse volk? En het ganse volk juichte, en zei: Leve de koning!