1 Samuël 15:34
“Daarna ging Samuel naar Rama; en Saul trok op naar zijn huis te Gibea van Saul.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 15 — omringende verzen
En ook zal de Sterkte van Israël niet liegen noch berouw hebben; want Hij is geen mens, dat Hij berouw zou hebben.
30Toen zeide hij: Ik heb gezondigd; maar eer mij toch nu voor de ogen van de oudsten van mijn volk en voor Israël, en keer met mij terug, opdat ik de HEER uw God mag aanbidden.
31Zo keerde Samuel terug achter Saul aan; en Saul aanbad de HEER.
32Toen zeide Samuel: Breng Agag, de koning van de Amalekieten, hier tot mij. En Agag kwam tot hem met trage stappen. En Agag zeide: Voorzeker is de bitterheid van de dood voorbij.
33En Samuel zeide: Zoals uw zwaard vrouwen van kinderen beroofd heeft, zo zal uw moeder onder de vrouwen van kinderen beroofd worden. En Samuel hieuw Agag in stukken voor het aangezicht van de HEER in Gilgal.
Daarna ging Samuel naar Rama; en Saul trok op naar zijn huis te Gibea van Saul.
En Samuel zag Saul niet meer tot aan de dag van zijn dood; doch Samuel rouwde over Saul, en de HEER had berouw dat Hij Saul tot koning over Israël gemaakt had.