1 Samuël 17:40
“En hij nam zijn staf in zijn hand, koos vijf gladde stenen uit de beek en legde ze in zijn herderstas, in zijn ransel; en zijn slinger was in zijn hand. Zo naderde hij de Filistijn.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 17 — omringende verzen
En ik ging hem na, sloeg hem en redde het uit zijn muil; en toen hij zich tegen mij keerde, greep ik hem bij zijn baard, sloeg hem en doodde hem.
36Uw dienaar heeft zowel de leeuw als de beer gedood; en deze onbesneden Filistijn zal zijn als een van hen, omdat hij de legers van de levende God gehoond heeft.
37En David zei voorts: De HEER die mij gered heeft uit de klauw van de leeuw en uit de klauw van de beer, Die zal mij redden uit de hand van deze Filistijn. En Saul zei tot David: Ga, en de HEER zij met u.
38En Saul kleedde David met zijn eigen wapenrusting, en hij zette een bronzen helm op zijn hoofd; ook deed hij hem een maliënkolder aan.
39En David gordde zijn zwaard om zijn wapenrusting, en hij probeerde te gaan; want hij had het niet beproefd. En David zei tot Saul: Ik kan hiermee niet gaan, want ik heb het niet beproefd. En David deed het van zich af.
En hij nam zijn staf in zijn hand, koos vijf gladde stenen uit de beek en legde ze in zijn herderstas, in zijn ransel; en zijn slinger was in zijn hand. Zo naderde hij de Filistijn.
En de Filistijn trok naderbij en naderde tot David; en de man die het schild droeg, ging voor hem uit.
42En toen de Filistijn rondom keek en David zag, verachtte hij hem; want hij was nog een jongeling, rossig en schoon van uiterlijk.
43En de Filistijn zei tot David: Ben ik een hond, dat u met stokken naar mij toekomt? En de Filistijn vervloekte David bij zijn goden.
44En de Filistijn zei tot David: Kom naar mij toe, dan zal ik uw vlees geven aan de vogels des hemels en aan de wilde dieren des velds.
45Toen zei David tot de Filistijn: U komt naar mij toe met een zwaard, met een speer en met een schild; maar ik kom naar u toe in de Naam van de HEER der heerscharen, de God van de legers van Israël, die u gehoond hebt.