1 Samuël 17:6
“En hij had koperen scheenplaten aan zijn benen, en een koperen werpspies tussen zijn schouders.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 17 — omringende verzen
Nu verzamelden de Filistijnen hun legers ten strijde, en zij kwamen bijeen te Socho, dat aan Juda toebehoort, en zij legerden zich tussen Socho en Azeka, te Efes-Dammim.
2En Saul en de mannen van Israël verzamelden zich en legerden zich in het dal van Ela, en stelden zich op ten strijde tegen de Filistijnen.
3En de Filistijnen stonden op een berg aan de ene zijde, en Israël stond op een berg aan de andere zijde; en er was een dal tussen hen.
4En er trad een kampvechter uit het kamp van de Filistijnen, wiens naam Goliath was, van Gath, en zijn hoogte was zes el en een span.
5En hij had een koperen helm op zijn hoofd, en hij was gekleed met een wapenrok van schubben; en het gewicht van de wapenrok was vijfduizend sikkel koper.
En hij had koperen scheenplaten aan zijn benen, en een koperen werpspies tussen zijn schouders.
En de schacht van zijn speer was als een weversboom; en de ijzeren punt van zijn speer woog zeshonderd sikkel ijzer; en zijn schilddrager ging voor hem uit.
8En hij stond en riep de slagorden van Israël toe en zeide tot hen: Waarom zijt gij uitgetrokken om u ten strijde te stellen? Ben ik niet een Filistijn, en zijt gij niet de knechten van Saul? Kiest u een man uit en laat hem tot mij nederdalen.
9Indien hij in staat is met mij te strijden en mij te doden, dan zullen wij uw knechten zijn; maar indien ik hem overwin en hem dood, dan zult gij onze knechten zijn en ons dienen.
10En de Filistijn zeide: Ik tart heden de slagorden van Israël; geeft mij een man, dat wij samen strijden.
11Toen Saul en geheel Israël deze woorden van de Filistijn hoorden, ontzetten zij zich en werden zeer bevreesd.