1 Samuël 17:9
“Indien hij in staat is met mij te strijden en mij te doden, dan zullen wij uw knechten zijn; maar indien ik hem overwin en hem dood, dan zult gij onze knechten zijn en ons dienen.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 17 — omringende verzen
En er trad een kampvechter uit het kamp van de Filistijnen, wiens naam Goliath was, van Gath, en zijn hoogte was zes el en een span.
5En hij had een koperen helm op zijn hoofd, en hij was gekleed met een wapenrok van schubben; en het gewicht van de wapenrok was vijfduizend sikkel koper.
6En hij had koperen scheenplaten aan zijn benen, en een koperen werpspies tussen zijn schouders.
7En de schacht van zijn speer was als een weversboom; en de ijzeren punt van zijn speer woog zeshonderd sikkel ijzer; en zijn schilddrager ging voor hem uit.
8En hij stond en riep de slagorden van Israël toe en zeide tot hen: Waarom zijt gij uitgetrokken om u ten strijde te stellen? Ben ik niet een Filistijn, en zijt gij niet de knechten van Saul? Kiest u een man uit en laat hem tot mij nederdalen.
Indien hij in staat is met mij te strijden en mij te doden, dan zullen wij uw knechten zijn; maar indien ik hem overwin en hem dood, dan zult gij onze knechten zijn en ons dienen.
En de Filistijn zeide: Ik tart heden de slagorden van Israël; geeft mij een man, dat wij samen strijden.
11Toen Saul en geheel Israël deze woorden van de Filistijn hoorden, ontzetten zij zich en werden zeer bevreesd.
12Nu was David de zoon van deze Efrathiet uit Bethlehem-Juda, wiens naam Isaï was; en hij had acht zonen; en de man was in de dagen van Saul oud en bedaard onder de mensen.
13En de drie oudste zonen van Isaï gingen en volgden Saul naar de strijd; en de namen van zijn drie zonen die naar de strijd gingen, waren Eliab, de eerstgeborene, en de tweede was Abinadab, en de derde Samma.
14En David was de jongste; en de drie oudsten volgden Saul.