1 Samuël 2:23
“En hij zei tot hen: Waarom doet u zulke dingen? Want ik hoor van al dit volk van uw kwade handelingen.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 2 — omringende verzen
Maar Samuël diende voor het aangezicht van de HEER, als kind, omgord met een linnen efod.
19Bovendien maakte zijn moeder hem een klein kleed en bracht het hem van jaar tot jaar, wanneer zij opging met haar man om het jaarlijkse offer te brengen.
20En Eli zegende Elkana en zijn vrouw, en zei: De HEER geve u nageslacht van deze vrouw voor de gave die aan de HEER afgestaan is. En zij gingen naar hun eigen huis.
21En de HEER bezocht Hanna, zodat zij zwanger werd en drie zonen en twee dochters baarde. En het kind Samuël groeide op voor het aangezicht van de HEER.
22En Eli was zeer oud, en hij hoorde alles wat zijn zonen aan geheel Israël deden, en hoe zij gemeenschap hadden met de vrouwen die samenstroomden bij de ingang van de tent der samenkomst.
En hij zei tot hen: Waarom doet u zulke dingen? Want ik hoor van al dit volk van uw kwade handelingen.
Nee, mijn zonen, want het is geen goed gerucht dat ik hoor: u brengt het volk van de HEER tot overtreding.
25Indien een mens tegen een ander zondigt, zal de rechter hem oordelen; maar indien een mens tegen de HEER zondigt, wie zal dan voor hem voorbidding doen? Nochtans luisterden zij niet naar de stem van hun vader, omdat de HEER hen wilde doden.
26En het kind Samuël nam toe en was welgevallig, zowel bij de HEER als ook bij de mensen.
27En er kwam een man Gods tot Eli, en zei tot hem: Zo zegt de HEER: Heb Ik Mij niet duidelijk geopenbaard aan het huis van uw vader, toen zij in Egypte waren in het huis van Farao?
28En heb Ik hem niet uitverkoren uit alle stammen van Israël om Mij tot priester te zijn, om op Mijn altaar te offeren, om reukwerk te branden, om een efod voor Mijn aangezicht te dragen? En heb Ik niet aan het huis van uw vader alle vuuroffers van de kinderen Israëls gegeven?