Terug naar 1 Samuël 2
VSV
Statenvertaling

1 Samuël 2:24

Nee, mijn zonen, want het is geen goed gerucht dat ik hoor: u brengt het volk van de HEER tot overtreding.

Kruisverwijzingen

Context

1 Samuël 2 — omringende verzen

19

Bovendien maakte zijn moeder hem een klein kleed en bracht het hem van jaar tot jaar, wanneer zij opging met haar man om het jaarlijkse offer te brengen.

20

En Eli zegende Elkana en zijn vrouw, en zei: De HEER geve u nageslacht van deze vrouw voor de gave die aan de HEER afgestaan is. En zij gingen naar hun eigen huis.

21

En de HEER bezocht Hanna, zodat zij zwanger werd en drie zonen en twee dochters baarde. En het kind Samuël groeide op voor het aangezicht van de HEER.

22

En Eli was zeer oud, en hij hoorde alles wat zijn zonen aan geheel Israël deden, en hoe zij gemeenschap hadden met de vrouwen die samenstroomden bij de ingang van de tent der samenkomst.

23

En hij zei tot hen: Waarom doet u zulke dingen? Want ik hoor van al dit volk van uw kwade handelingen.

24

Nee, mijn zonen, want het is geen goed gerucht dat ik hoor: u brengt het volk van de HEER tot overtreding.

25

Indien een mens tegen een ander zondigt, zal de rechter hem oordelen; maar indien een mens tegen de HEER zondigt, wie zal dan voor hem voorbidding doen? Nochtans luisterden zij niet naar de stem van hun vader, omdat de HEER hen wilde doden.

26

En het kind Samuël nam toe en was welgevallig, zowel bij de HEER als ook bij de mensen.

27

En er kwam een man Gods tot Eli, en zei tot hem: Zo zegt de HEER: Heb Ik Mij niet duidelijk geopenbaard aan het huis van uw vader, toen zij in Egypte waren in het huis van Farao?

28

En heb Ik hem niet uitverkoren uit alle stammen van Israël om Mij tot priester te zijn, om op Mijn altaar te offeren, om reukwerk te branden, om een efod voor Mijn aangezicht te dragen? En heb Ik niet aan het huis van uw vader alle vuuroffers van de kinderen Israëls gegeven?

29

Waarom slaat u naar Mijn slachtoffer en naar Mijn offer, die Ik in Mijn woning geboden heb, en eert u uw zonen meer dan Mij, om uzelf vet te maken met het beste van al de offers van Israël, Mijn volk?