Terug naar 1 Samuël 20
VSV
Statenvertaling

1 Samuël 20:23

En aangaande de zaak waarover gij en ik gesproken hebben, zie, de HEER zij tussen u en mij voor altijd.

Kruisverwijzingen

Context

1 Samuël 20 — omringende verzen

18

Toen zei Jonathan tot David: Morgen is het nieuwe maan; en u zult gemist worden, want uw zetel zal leeg zijn.

19

En wanneer u drie dagen gebleven bent, daal dan snel neer en kom naar de plaats waar u zich verborgen hadt toen het om de zaak ging, en blijf bij de steen Ezel.

20

En ik zal drie pijlen schietenaandezijtekantdaarvan, alsof ik op een doel schoot.

21

En zie, ik zal een jongen uitzenden en zeggen: Ga, zoek de pijlen. Indien ik uitdrukkelijk tot de jongen zeg: Zie, de pijlen zijn aan deze zijde van u, neem ze; kom dan; want er is vrede voor u en geen gevaar; zo waar de HEER leeft.

22

Maar indien ik aldus tot de jongeman zeg: Zie, de pijlen zijn voorbij u; ga uw weg; want de HEER heeft u weggezonden.

23

En aangaande de zaak waarover gij en ik gesproken hebben, zie, de HEER zij tussen u en mij voor altijd.

24

Zo verborg David zich op het veld; en toen de nieuwe maan gekomen was, zat de koning neder om te eten.

25

En de koning zat op zijn zetel, zoals te andere tijden, zelfs op een zetel bij de wand; en Jonathan stond op, en Abner zat aan Sauls zijde, en Davids plaats was leeg.

26

Maar Saul sprak niets die dag; want hij dacht: Er is hem iets overkomen, hij is onrein; voorzeker is hij onrein.

27

En het geschiedde de volgende dag, de tweede dag van de maand, dat Davids plaats leeg was; en Saul zeide tot zijn zoon Jonathan: Waarom is de zoon van Isaï noch gisteren noch heden tot de maaltijd gekomen?

28

En Jonathan antwoordde Saul: David heeft mij ernstig verlof gevraagd om naar Bethlehem te gaan.