1 Samuël 20:24
“Zo verborg David zich op het veld; en toen de nieuwe maan gekomen was, zat de koning neder om te eten.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 20 — omringende verzen
En wanneer u drie dagen gebleven bent, daal dan snel neer en kom naar de plaats waar u zich verborgen hadt toen het om de zaak ging, en blijf bij de steen Ezel.
20En ik zal drie pijlen schietenaandezijtekantdaarvan, alsof ik op een doel schoot.
21En zie, ik zal een jongen uitzenden en zeggen: Ga, zoek de pijlen. Indien ik uitdrukkelijk tot de jongen zeg: Zie, de pijlen zijn aan deze zijde van u, neem ze; kom dan; want er is vrede voor u en geen gevaar; zo waar de HEER leeft.
22Maar indien ik aldus tot de jongeman zeg: Zie, de pijlen zijn voorbij u; ga uw weg; want de HEER heeft u weggezonden.
23En aangaande de zaak waarover gij en ik gesproken hebben, zie, de HEER zij tussen u en mij voor altijd.
Zo verborg David zich op het veld; en toen de nieuwe maan gekomen was, zat de koning neder om te eten.
En de koning zat op zijn zetel, zoals te andere tijden, zelfs op een zetel bij de wand; en Jonathan stond op, en Abner zat aan Sauls zijde, en Davids plaats was leeg.
26Maar Saul sprak niets die dag; want hij dacht: Er is hem iets overkomen, hij is onrein; voorzeker is hij onrein.
27En het geschiedde de volgende dag, de tweede dag van de maand, dat Davids plaats leeg was; en Saul zeide tot zijn zoon Jonathan: Waarom is de zoon van Isaï noch gisteren noch heden tot de maaltijd gekomen?
28En Jonathan antwoordde Saul: David heeft mij ernstig verlof gevraagd om naar Bethlehem te gaan.
29En hij zeide: Laat mij toch gaan, want ons geslacht heeft een offerande in de stad, en mijn broeder heeft mij geboden daarbij te zijn; en nu, indien ik genade gevonden heb in uw ogen, laat mij toch heengaan en mijn broederen zien. Daarom is hij niet aan de tafel des konings gekomen.