1 Samuël 23:26
“En Saul trok aan de ene zijde van het gebergte, en David en zijn mannen aan de andere zijde; en David haastte zich weg te komen uit vrees voor Saul, want Saul en zijn mannen omringden David en zijn mannen om hen te grijpen.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 23 — omringende verzen
En Saul zei: Gezegend zijt gij van de HEER, want gij hebt medelijden met mij.
22Gaat toch heen, bereidt u nader voor, en weet en ziet zijn verblijfplaats, waar hij zijn toevlucht heeft, en wie hem daar gezien heeft; want mij is gezegd dat hij zeer listig handelt.
23Ziet dan toe en neemt kennis van al de schuilplaatsen waar hij zich verbergt, en komt dan weder tot mij met zekerheid, dan zal ik met u meegaan; en het zal geschieden, indien hij in het land is, dat ik hem doorzoeken zal onder alle duizenden van Juda.
24En zij stonden op en gingen naar Ziph, voor Saul; maar David en zijn mannen waren in de woestijn van Maon, in de vlakte, ten zuiden van Jesimon.
25Ook Saul en zijn mannen gingen hem zoeken. En zij berichtten het David; waarop hij afdaalde naar een rots en bleef in de woestijn van Maon. Toen Saul dat hoorde, vervolgde hij David in de woestijn van Maon.
En Saul trok aan de ene zijde van het gebergte, en David en zijn mannen aan de andere zijde; en David haastte zich weg te komen uit vrees voor Saul, want Saul en zijn mannen omringden David en zijn mannen om hen te grijpen.
Maar er came een bode tot Saul en zei: Haast u en kom, want de Filistijnen zijn het land binnengevallen.
28Daarom keerde Saul terug van de achtervolging van David, en trok op tegen de Filistijnen; daarom noemde men die plaats Sela-Hammahlekoth.
29En David trok van daar op en woonde in vestingen te Engedi.