Terug naar 1 Samuël 23
VSV
Statenvertaling

1 Samuël 23:21

En Saul zei: Gezegend zijt gij van de HEER, want gij hebt medelijden met mij.

Kruisverwijzingen

Context

1 Samuël 23 — omringende verzen

16

En Jonatan, de zoon van Saul, stond op en ging naar David in het woud, en versterkte zijn hand in God.

17

En hij zei tot hem: Vrees niet, want de hand van Saul, mijn vader, zal u niet vinden; en u zult koning zijn over Israël, en ik zal de tweede na u zijn; dat weet ook Saul, mijn vader.

18

En zij beiden sloten een verbond voor het aangezicht van de HEER; en David bleef in het woud, en Jonatan ging naar zijn huis.

19

Toen kwamen de Zifieten op naar Saul, naar Gibea, en zeiden: Verbergt David zich niet bij ons in de vestingen, in het woud, op de heuvel van Hachila, die ten zuiden van Jesimon ligt?

20

Nu dan, o koning, kom af, naar al de begeerte van uw ziel om af te komen; en het zal onze taak zijn hem over te leveren in de hand des konings.

21

En Saul zei: Gezegend zijt gij van de HEER, want gij hebt medelijden met mij.

22

Gaat toch heen, bereidt u nader voor, en weet en ziet zijn verblijfplaats, waar hij zijn toevlucht heeft, en wie hem daar gezien heeft; want mij is gezegd dat hij zeer listig handelt.

23

Ziet dan toe en neemt kennis van al de schuilplaatsen waar hij zich verbergt, en komt dan weder tot mij met zekerheid, dan zal ik met u meegaan; en het zal geschieden, indien hij in het land is, dat ik hem doorzoeken zal onder alle duizenden van Juda.

24

En zij stonden op en gingen naar Ziph, voor Saul; maar David en zijn mannen waren in de woestijn van Maon, in de vlakte, ten zuiden van Jesimon.

25

Ook Saul en zijn mannen gingen hem zoeken. En zij berichtten het David; waarop hij afdaalde naar een rots en bleef in de woestijn van Maon. Toen Saul dat hoorde, vervolgde hij David in de woestijn van Maon.

26

En Saul trok aan de ene zijde van het gebergte, en David en zijn mannen aan de andere zijde; en David haastte zich weg te komen uit vrees voor Saul, want Saul en zijn mannen omringden David en zijn mannen om hen te grijpen.