1 Samuël 24:16
“En het geschiedde, toen David geëindigd had al deze woorden tot Saul te spreken, dat Saul zei: Is dit uw stem, mijn zoon David? En Saul hief zijn stem op en weende.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 24 — omringende verzen
Bovendien, mijn vader, zie toch, zie de slip van uw mantel in mijn hand; want doordat ik de slip van uw mantel heb afgesneden en u niet gedood heb, weet en zie dat er geen kwaad noch overtreding in mijn hand is, en ik u niet heb misdaan; nochtans jaagt u mijn ziel na om haar te nemen.
12De HEER oordele tussen mij en u, en de HEER wreke mij op u; maar mijn hand zal niet tegen u zijn.
13Zoals het spreekwoord der ouden zegt: Van de goddelozen gaat goddeloosheid uit; maar mijn hand zal niet tegen u zijn.
14Achter wie is de koning van Israël uitgetrokken? Achter wie vervolgt u? Achter een dode hond, achter een vlo.
15De HEER zij dan Rechter en oordele tussen mij en u, en zie het aan en pleit mijn zaak en bevrijde mij uit uw hand.
En het geschiedde, toen David geëindigd had al deze woorden tot Saul te spreken, dat Saul zei: Is dit uw stem, mijn zoon David? En Saul hief zijn stem op en weende.
En hij zei tot David: U bent rechtvaardiger dan ik, want u hebt mij goed vergolden, terwijl ik u kwaad heb vergolden.
18En u hebt heden bewezen hoe goed u met mij hebt gehandeld; want toen de HEER mij in uw hand had gegeven, hebt u mij niet gedood.
19Want als iemand zijn vijand vindt, zal hij hem dan ongeschonden laten gaan? De HEER vergelde u goed voor hetgeen u heden aan mij hebt gedaan.
20En nu, zie, ik weet wel dat u zeker koning zult worden, en dat het koninkrijk Israëls in uw hand bevestigd zal worden.
21Zweer mij nu dan bij de HEER, dat u mijn nageslacht na mij niet zult uitroeien, en dat u mijn naam niet zult verdelgen uit mijn vaders huis.