1 Samuël 24:21
“Zweer mij nu dan bij de HEER, dat u mijn nageslacht na mij niet zult uitroeien, en dat u mijn naam niet zult verdelgen uit mijn vaders huis.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 24 — omringende verzen
En het geschiedde, toen David geëindigd had al deze woorden tot Saul te spreken, dat Saul zei: Is dit uw stem, mijn zoon David? En Saul hief zijn stem op en weende.
17En hij zei tot David: U bent rechtvaardiger dan ik, want u hebt mij goed vergolden, terwijl ik u kwaad heb vergolden.
18En u hebt heden bewezen hoe goed u met mij hebt gehandeld; want toen de HEER mij in uw hand had gegeven, hebt u mij niet gedood.
19Want als iemand zijn vijand vindt, zal hij hem dan ongeschonden laten gaan? De HEER vergelde u goed voor hetgeen u heden aan mij hebt gedaan.
20En nu, zie, ik weet wel dat u zeker koning zult worden, en dat het koninkrijk Israëls in uw hand bevestigd zal worden.
Zweer mij nu dan bij de HEER, dat u mijn nageslacht na mij niet zult uitroeien, en dat u mijn naam niet zult verdelgen uit mijn vaders huis.
En David zwoer aan Saul. En Saul ging naar huis; maar David en zijn mannen gingen op naar de vesting.