1 Samuël 3:2
“En het geschiedde te dier tijd, toen Eli neergelegen was op zijn plaats, en zijn ogen begonnen te verduisteren, zodat hij niet kon zien,”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 3 — omringende verzen
En de jonge Samuel diende de HEER voor het aangezicht van Eli. En het woord van de HEER was kostbaar in die dagen; er was geen openbaar visioen.
En het geschiedde te dier tijd, toen Eli neergelegen was op zijn plaats, en zijn ogen begonnen te verduisteren, zodat hij niet kon zien,
En eer de lamp Gods uitging in de tempel van de HEER, waar de ark Gods was, en Samuel neergelegen was om te slapen,
4Dat de HEER Samuel riep; en hij antwoordde: Hier ben ik.
5En hij liep naar Eli en zei: Hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. En hij zei: Ik heb niet geroepen; ga weder heen, ga liggen. En hij ging heen en lag neder.
6En de HEER riep Samuel opnieuw. En Samuel stond op en ging naar Eli, en zei: Hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. En hij antwoordde: Ik heb niet geroepen, mijn zoon; ga weder heen, ga liggen.
7Nu kende Samuel de HEER nog niet, en het woord van de HEER was hem nog niet geopenbaard.