Terug naar 1 Samuël 3
VSV
Statenvertaling

1 Samuël 3:6

En de HEER riep Samuel opnieuw. En Samuel stond op en ging naar Eli, en zei: Hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. En hij antwoordde: Ik heb niet geroepen, mijn zoon; ga weder heen, ga liggen.

Kruisverwijzingen

Context

1 Samuël 3 — omringende verzen

1

En de jonge Samuel diende de HEER voor het aangezicht van Eli. En het woord van de HEER was kostbaar in die dagen; er was geen openbaar visioen.

2

En het geschiedde te dier tijd, toen Eli neergelegen was op zijn plaats, en zijn ogen begonnen te verduisteren, zodat hij niet kon zien,

3

En eer de lamp Gods uitging in de tempel van de HEER, waar de ark Gods was, en Samuel neergelegen was om te slapen,

4

Dat de HEER Samuel riep; en hij antwoordde: Hier ben ik.

5

En hij liep naar Eli en zei: Hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. En hij zei: Ik heb niet geroepen; ga weder heen, ga liggen. En hij ging heen en lag neder.

6

En de HEER riep Samuel opnieuw. En Samuel stond op en ging naar Eli, en zei: Hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. En hij antwoordde: Ik heb niet geroepen, mijn zoon; ga weder heen, ga liggen.

7

Nu kende Samuel de HEER nog niet, en het woord van de HEER was hem nog niet geopenbaard.

8

En de HEER riep Samuel voor de derde maal. En hij stond op en ging naar Eli, en zei: Hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen begreep Eli dat de HEER het kind had geroepen.

9

Daarom zei Eli tot Samuel: Ga heen, leg u neder; en het zal geschieden, indien Hij u roept, dat gij zegt: Spreek, HEER, want Uw knecht hoort. Zo ging Samuel heen en lag neder op zijn plaats.

10

En de HEER kwam en stond daar, en riep zoals de andere malen: Samuel, Samuel. Toen antwoordde Samuel: Spreek, want Uw knecht hoort.

11

En de HEER zei tot Samuel: Zie, Ik zal iets doen in Israël, waarvan een ieder die het hoort, beide zijn oren zullen tuiten.