1 Samuël 6:1
“En de ark van de HEER was zeven maanden in het land der Filistijnen.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 6 — omringende verzen
En de ark van de HEER was zeven maanden in het land der Filistijnen.
En de Filistijnen riepen de priesters en de waarzeggers bijeen en zeiden: Wat zullen wij doen met de ark van de HEER? Vertel ons waarmee wij hem naar zijn plaats zullen zenden.
3En zij zeiden: Als u de ark van de God van Israël wegzendt, zend hem dan niet leeg weg; maar breng hem in elk geval een schuldoffer terug. Dan zult u genezen worden, en het zal u bekend worden waarom zijn hand niet van u geweken is.
4Toen zeiden zij: Wat is het schuldoffer dat wij hem zullen terugbrengen? En zij antwoordden: Vijf gouden gezwellen en vijf gouden muizen, overeenkomstig het aantal vorsten van de Filistijnen; want één plaag was er over u allen en over uw vorsten.
5Maak daarom beelden van uw gezwellen en beelden van uw muizen die het land verwoesten, en geef eer aan de God van Israël. Misschien zal hij zijn hand verlichten van over u, van over uw goden en van over uw land.
6Waarom dan verhardt u uw harten, zoals de Egyptenaren en Farao hun harten verhardden? Toen hij wonderlijk onder hen handelde, lieten zij het volk niet gaan, en zij vertrokken?