1 Tessalonicenzen 4:10
“En u doet dat ook jegens al de broeders die in geheel Macedonië zijn; maar wij vermanen u, broeders, dat u daarin meer en meer toeneemt,”
Kruisverwijzingen
Context
1 Tessalonicenzen 4 — omringende verzen
Niet in wellust der begeerlijkheid, gelijk ook de heidenen die God niet kennen,
6Dat niemand zijn broeder te na kome of bedriege in enige zaak, omdat de Heer een wreker is van dit alles, gelijk wij u ook tevoren gezegd en betuigd hebben.
7Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar tot heiligmaking.
8Die dan dit veracht, veracht niet een mens, maar God, Die ook Zijn Heilige Geest in ons gegeven heeft.
9Maar aangaande de broederliefde hebt u niet nodig dat ik u schrijve; want u zelf zijt van God geleerd om elkaar lief te hebben.
En u doet dat ook jegens al de broeders die in geheel Macedonië zijn; maar wij vermanen u, broeders, dat u daarin meer en meer toeneemt,
En dat u er een eer in stelt stil te zijn, en uw eigen zaken te doen, en te werken met uw eigen handen, gelijk wij u geboden hebben,
12Opdat u eerlijk wandelt jegens hen die buiten zijn, en van niemand iets nodig hebt.
13Maar ik wil niet, broeders, dat u onwetend zijt aangaande hen die ontslapen zijn, opdat u niet bedroefd zijt, gelijk ook de anderen die geen hoop hebben.
14Want indien wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zo zal God ook hen die in Jezus ontslapen zijn, met Hem brengen.
15Want dit zeggen wij u door het woord des Heren, dat wij die leven en overblijven tot de komst des Heren, de ontslapen zeker niet zullen voorkomen.