1 Timotheüs 1:4
“En zich niet te bekommeren om fabels en eindeloze geslachtsregisters, die meer twijfelvragen opwekken dan stichting in het geloof geven — zo doet u.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Timotheüs 1 — omringende verzen
Paulus, een apostel van Jezus Christus, naar het gebod van God onze Zaligmaker en de Heer Jezus Christus, Die onze hoop is;
2Aan Timotheüs, mijn eigen zoon in het geloof: genade, barmhartigheid en vrede van God onze Vader en Jezus Christus onze Heer.
3Zoals ik u gesmeekt heb te Efeze te blijven, toen ik naar Macedonië reisde, opdat u sommigen zou gelasten geen andere leer te onderwijzen,
En zich niet te bekommeren om fabels en eindeloze geslachtsregisters, die meer twijfelvragen opwekken dan stichting in het geloof geven — zo doet u.
Het doel van het gebod is nu liefde uit een rein hart, en uit een goed geweten, en uit een ongeveinsd geloof;
6Waarvan sommigen afgeweken zijn en zich tot ijdel gepraat gekeerd hebben;
7Die leraars van de wet willen zijn, zonder te begrijpen wat zij zeggen noch wat zij zo stellig beweren.
8Maar wij weten dat de wet goed is, als iemand haar wettig gebruikt;
9Dit wetende, dat de wet niet is gesteld voor de rechtvaardige, maar voor de wettelozen en weerspannigen, voor de goddelozen en zondaars, voor de onheiligen en ongewijden, voor de vadermoorders en moedermoorders, voor de doodslagers,