1 Timotheüs 3:2
“Een opziener dan moet onberispelijk zijn, de man van één vrouw, waakzaam, nuchter, welvoeglijk, gastvrij, bekwaam om te onderwijzen;”
Kruisverwijzingen
Context
1 Timotheüs 3 — omringende verzen
Dit is een betrouwbaar woord: als iemand het opzienersambt begeert, begeert hij een voortreffelijk werk.
Een opziener dan moet onberispelijk zijn, de man van één vrouw, waakzaam, nuchter, welvoeglijk, gastvrij, bekwaam om te onderwijzen;
Niet verslaafd aan wijn, geen driftkop, niet op schandelijke winst belust; maar inschikkelijk, niet twistziek, niet geldzuchtig;
4Iemand die zijn eigen huis goed bestuurt, zijn kinderen in onderdanigheid houdende met alle waardigheid;
5Want als iemand zijn eigen huis niet weet te besturen, hoe zal hij dan voor de gemeente van God zorgen?
6Geen nieuweling, opdat hij niet, door hoogmoed verblind, in het oordeel des duivels valle.
7Bovendien moet hij een goed getuigenis hebben van hen die buiten zijn, opdat hij niet in opspraak kome en in de strik des duivels valle.