1 Timotheüs 3:5
“Want als iemand zijn eigen huis niet weet te besturen, hoe zal hij dan voor de gemeente van God zorgen?”
Kruisverwijzingen
Context
1 Timotheüs 3 — omringende verzen
Dit is een betrouwbaar woord: als iemand het opzienersambt begeert, begeert hij een voortreffelijk werk.
2Een opziener dan moet onberispelijk zijn, de man van één vrouw, waakzaam, nuchter, welvoeglijk, gastvrij, bekwaam om te onderwijzen;
3Niet verslaafd aan wijn, geen driftkop, niet op schandelijke winst belust; maar inschikkelijk, niet twistziek, niet geldzuchtig;
4Iemand die zijn eigen huis goed bestuurt, zijn kinderen in onderdanigheid houdende met alle waardigheid;
Want als iemand zijn eigen huis niet weet te besturen, hoe zal hij dan voor de gemeente van God zorgen?
Geen nieuweling, opdat hij niet, door hoogmoed verblind, in het oordeel des duivels valle.
7Bovendien moet hij een goed getuigenis hebben van hen die buiten zijn, opdat hij niet in opspraak kome en in de strik des duivels valle.
8De diakenen moeten evenzo waardig zijn, niet dubbeltonging, niet verslaafd aan veel wijn, niet op schandelijke winst belust;
9De verborgenheid van het geloof bewarende in een rein geweten.
10En ook dezen moeten eerst beproefd worden; daarna mogen zij het diakenambt vervullen, als zij onberispelijk bevonden zijn.