Terug naar 2 Koningen 2
VSV
Statenvertaling

2 Koningen 2:4

En Elia zei tot hem: Elisa, blijf hier toch, want de HEER heeft mij naar Jericho gezonden. En hij zei: Zo waarlijk als de HEER leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten. Zo kwamen zij te Jericho.

Kruisverwijzingen

Context

2 Koningen 2 — omringende verzen

1

En het geschiedde, toen de HEER Elia in een storm ten hemel zou opnemen, dat Elia met Elisa van Gilgal ging.

2

En Elia zei tot Elisa: Blijf hier toch, want de HEER heeft mij naar Bethel gezonden. En Elisa zei tot hem: Zo waarlijk als de HEER leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten. Zo gingen zij af naar Bethel.

3

En de zonen der profeten die in Bethel waren, gingen naar buiten tot Elisa en zeiden tot hem: Weet gij dat de HEER heden uw meester boven uw hoofd zal wegnemen? En hij zei: Ja, ik weet het; zwijgt stil.

4

En Elia zei tot hem: Elisa, blijf hier toch, want de HEER heeft mij naar Jericho gezonden. En hij zei: Zo waarlijk als de HEER leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten. Zo kwamen zij te Jericho.

5

En de zonen der profeten die te Jericho waren, kwamen tot Elisa en zeiden tot hem: Weet gij dat de HEER heden uw meester boven uw hoofd zal wegnemen? En hij antwoordde: Ja, ik weet het; zwijgt stil.

6

En Elia zei tot hem: Blijf hier toch, want de HEER heeft mij naar de Jordaan gezonden. En hij zei: Zo waarlijk als de HEER leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten. Zo gingen zij beiden verder.

7

En vijftig mannen van de zonen der profeten gingen mee en stonden op een afstand toe te zien; en zij beiden stonden bij de Jordaan.

8

En Elia nam zijn mantel en rolde hem op en sloeg op het water, en het werd ter rechter- en ter linkerzijde gespleten, zodat zij beiden op het droge overgingen.

9

En het geschiedde, nadat zij overgestoken waren, dat Elia tot Elisa zei: Vraag wat ik voor u doen zal, voordat ik van u weggenomen word. En Elisa zei: Laat toch een dubbel deel van uw geest op mij zijn.