Terug naar 2 Koningen 4
VSV
Statenvertaling

2 Koningen 4:6

En het geschiedde, toen de vaten vol waren, dat zij tot haar zoon zei: Breng mij nog een vat. En hij zei tot haar: Er is geen vat meer. En de olie hield op.

Kruisverwijzingen

Context

2 Koningen 4 — omringende verzen

1

Nu riep een zekere vrouw van de vrouwen der zonen der profeten tot Elisa, zeggende: Uw knecht, mijn man, is gestorven; en gij weet dat uw knecht de HEER vreesde; en de schuldeiser is gekomen om mijn twee zonen als slaven te nemen.

2

En Elisa zei tot haar: Wat zal ik voor u doen? Zeg mij, wat hebt gij in huis? En zij zei: Uw dienstmaagd heeft niets in huis dan een kruik olie.

3

Toen zei hij: Ga, leen u vaten van buiten, van al uw buren, lege vaten; leen er niet te weinig.

4

En wanneer gij binnengekomen bent, zult gij de deur achter u en uw zonen sluiten, en schenken in al die vaten, en hetgeen vol is, zult gij opzij zetten.

5

Zo ging zij van hem weg, en sloot de deur achter haar en haar zonen, die de vaten naar haar toebrachten; en zij schonk in.

6

En het geschiedde, toen de vaten vol waren, dat zij tot haar zoon zei: Breng mij nog een vat. En hij zei tot haar: Er is geen vat meer. En de olie hield op.

7

Toen kwam zij en vertelde het aan de man Gods. En hij zei: Ga, verkoop de olie, en betaal uw schuld, en leef gij en uw kinderen van het overige.

8

En het geschiedde op een dag, dat Elisa naar Sunem doortrok, waar een aanzienlijke vrouw woonde; en zij drong er bij hem op aan brood te eten. En zo geschiedde het, dat hij telkens als hij voorbijkwam, daarheen afdaalde om brood te eten.

9

En zij zei tot haar man: Zie toch, ik merk dat deze man Gods die voortdurend bij ons voorbijgaat, een heilig man Gods is.

10

Laat ons toch een kleine kamer op de muur bouwen, en laat ons daar voor hem een bed, een tafel, een stoel en een kandelaar neerzetten; en het zal zijn, wanneer hij bij ons komt, dat hij daarheen inkere.

11

En het geschiedde op een dag, dat hij daarheen kwam, en hij keerde in de kamer af en legde zich daar neer.