Terug naar 2 Koningen 4
VSV
Statenvertaling

2 Koningen 4:10

Laat ons toch een kleine kamer op de muur bouwen, en laat ons daar voor hem een bed, een tafel, een stoel en een kandelaar neerzetten; en het zal zijn, wanneer hij bij ons komt, dat hij daarheen inkere.

Kruisverwijzingen

Context

2 Koningen 4 — omringende verzen

5

Zo ging zij van hem weg, en sloot de deur achter haar en haar zonen, die de vaten naar haar toebrachten; en zij schonk in.

6

En het geschiedde, toen de vaten vol waren, dat zij tot haar zoon zei: Breng mij nog een vat. En hij zei tot haar: Er is geen vat meer. En de olie hield op.

7

Toen kwam zij en vertelde het aan de man Gods. En hij zei: Ga, verkoop de olie, en betaal uw schuld, en leef gij en uw kinderen van het overige.

8

En het geschiedde op een dag, dat Elisa naar Sunem doortrok, waar een aanzienlijke vrouw woonde; en zij drong er bij hem op aan brood te eten. En zo geschiedde het, dat hij telkens als hij voorbijkwam, daarheen afdaalde om brood te eten.

9

En zij zei tot haar man: Zie toch, ik merk dat deze man Gods die voortdurend bij ons voorbijgaat, een heilig man Gods is.

10

Laat ons toch een kleine kamer op de muur bouwen, en laat ons daar voor hem een bed, een tafel, een stoel en een kandelaar neerzetten; en het zal zijn, wanneer hij bij ons komt, dat hij daarheen inkere.

11

En het geschiedde op een dag, dat hij daarheen kwam, en hij keerde in de kamer af en legde zich daar neer.

12

En hij zei tot Gehazi, zijn knecht: Roep deze Sunammitische. En toen hij haar geroepen had, stond zij voor hem.

13

En hij zei tot hem: Zeg nu tot haar: Zie, gij hebt u al deze moeite voor ons gegeven; wat is er voor u te doen? Moet er voor u bij de koning of bij de legeroverste gesproken worden? En zij antwoordde: Ik woon te midden van mijn eigen volk.

14

En hij zei: Wat is er dan voor haar te doen? En Gehazi antwoordde: Zij heeft inderdaad geen zoon, en haar man is oud.

15

En hij zei: Roep haar. En toen hij haar geroepen had, stond zij in de deur.