Terug naar 2 Koningen 4
VSV
Statenvertaling

2 Koningen 4:13

En hij zei tot hem: Zeg nu tot haar: Zie, gij hebt u al deze moeite voor ons gegeven; wat is er voor u te doen? Moet er voor u bij de koning of bij de legeroverste gesproken worden? En zij antwoordde: Ik woon te midden van mijn eigen volk.

Kruisverwijzingen

Context

2 Koningen 4 — omringende verzen

8

En het geschiedde op een dag, dat Elisa naar Sunem doortrok, waar een aanzienlijke vrouw woonde; en zij drong er bij hem op aan brood te eten. En zo geschiedde het, dat hij telkens als hij voorbijkwam, daarheen afdaalde om brood te eten.

9

En zij zei tot haar man: Zie toch, ik merk dat deze man Gods die voortdurend bij ons voorbijgaat, een heilig man Gods is.

10

Laat ons toch een kleine kamer op de muur bouwen, en laat ons daar voor hem een bed, een tafel, een stoel en een kandelaar neerzetten; en het zal zijn, wanneer hij bij ons komt, dat hij daarheen inkere.

11

En het geschiedde op een dag, dat hij daarheen kwam, en hij keerde in de kamer af en legde zich daar neer.

12

En hij zei tot Gehazi, zijn knecht: Roep deze Sunammitische. En toen hij haar geroepen had, stond zij voor hem.

13

En hij zei tot hem: Zeg nu tot haar: Zie, gij hebt u al deze moeite voor ons gegeven; wat is er voor u te doen? Moet er voor u bij de koning of bij de legeroverste gesproken worden? En zij antwoordde: Ik woon te midden van mijn eigen volk.

14

En hij zei: Wat is er dan voor haar te doen? En Gehazi antwoordde: Zij heeft inderdaad geen zoon, en haar man is oud.

15

En hij zei: Roep haar. En toen hij haar geroepen had, stond zij in de deur.

16

En hij zei: Op deze zelfde tijd, als het leven zijn loop heeft, zult gij een zoon in uw armen houden. En zij zei: Neen, mijn heer, gij man Gods, bedrieg uw dienstmaagd niet.

17

En de vrouw werd zwanger en baarde een zoon op die zelfde tijd, als Elisa tot haar gezegd had, als het leven zijn loop had.

18

En toen het kind groot geworden was, geschiedde het op een dag, dat hij uitging naar zijn vader, naar de maaiers.