2 Koningen 4:15
“En hij zei: Roep haar. En toen hij haar geroepen had, stond zij in de deur.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Koningen 4 — omringende verzen
Laat ons toch een kleine kamer op de muur bouwen, en laat ons daar voor hem een bed, een tafel, een stoel en een kandelaar neerzetten; en het zal zijn, wanneer hij bij ons komt, dat hij daarheen inkere.
11En het geschiedde op een dag, dat hij daarheen kwam, en hij keerde in de kamer af en legde zich daar neer.
12En hij zei tot Gehazi, zijn knecht: Roep deze Sunammitische. En toen hij haar geroepen had, stond zij voor hem.
13En hij zei tot hem: Zeg nu tot haar: Zie, gij hebt u al deze moeite voor ons gegeven; wat is er voor u te doen? Moet er voor u bij de koning of bij de legeroverste gesproken worden? En zij antwoordde: Ik woon te midden van mijn eigen volk.
14En hij zei: Wat is er dan voor haar te doen? En Gehazi antwoordde: Zij heeft inderdaad geen zoon, en haar man is oud.
En hij zei: Roep haar. En toen hij haar geroepen had, stond zij in de deur.
En hij zei: Op deze zelfde tijd, als het leven zijn loop heeft, zult gij een zoon in uw armen houden. En zij zei: Neen, mijn heer, gij man Gods, bedrieg uw dienstmaagd niet.
17En de vrouw werd zwanger en baarde een zoon op die zelfde tijd, als Elisa tot haar gezegd had, als het leven zijn loop had.
18En toen het kind groot geworden was, geschiedde het op een dag, dat hij uitging naar zijn vader, naar de maaiers.
19En hij zei tot zijn vader: Mijn hoofd, mijn hoofd! En hij zei tot een jongen: Draag hem naar zijn moeder.
20En toen hij hem opgenomen had en hem naar zijn moeder gebracht had, zat hij op haar schoot tot de middag, en toen stierf hij.