Terug naar 2 Korintiërs 1
VSV
Statenvertaling

2 Korintiërs 1:13

Want wij schrijven u niets anders dan hetgeen gij leest of ook erkent; en ik hoop dat gij het ook tot het einde toe zult erkennen;

Kruisverwijzingen

Context

2 Korintiërs 1 — omringende verzen

8

Want broeders, wij willen niet dat u onkundig zijt van onze verdrukking die ons in Azië overkwam: dat wij buitenmate en boven kracht bezwaard werden, zodat wij zelfs aan ons leven wanhoopten.

9

Ja, wij hadden het doodvonnis in onszelf, opdat wij niet op onszelf zouden vertrouwen, maar op God Die de doden opwekt.

10

Die ons uit zo grote dood verlost heeft en verlost; op Wie wij hopen dat Hij ons ook nog verder verlossen zal;

11

Terwijl ook gij medehelpt door het gebed voor ons, opdat voor de genadegave die ons door velen geschonken is, door velen dankzegging voor ons gedaan moge worden.

12

Want dit is onze roem: het getuigenis van ons geweten, dat wij in eenvoud en oprechtheid voor God, niet in vleselijke wijsheid maar door de genade Gods, in de wereld verkeerd hebben, en overvloediger nog jegens u.

13

Want wij schrijven u niets anders dan hetgeen gij leest of ook erkent; en ik hoop dat gij het ook tot het einde toe zult erkennen;

14

Zoals gij ons ook ten dele erkend hebt, dat wij uw roem zijn, gelijk gij ook de onze zijt op de dag van de Heer Jezus.

15

En in dit vertrouwen was ik van zin eerder tot u te komen, opdat gij een tweede zegen zoudt ontvangen;

16

En door u naar Macedonië te reizen, en weer van Macedonië tot u te komen, en door u begeleid te worden op weg naar Judea.

17

Toen ik dan dit van plan was, heb ik mij dan licht gedragen? Of wat ik voorneem, neem ik dat naar het vlees voor, zodat bij mij het ja ja en het neen neen zou zijn?

18

Maar zoals God getrouw is, is ons woord tot u niet ja én neen.