2 Korintiërs 1:16
“En door u naar Macedonië te reizen, en weer van Macedonië tot u te komen, en door u begeleid te worden op weg naar Judea.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 1 — omringende verzen
Terwijl ook gij medehelpt door het gebed voor ons, opdat voor de genadegave die ons door velen geschonken is, door velen dankzegging voor ons gedaan moge worden.
12Want dit is onze roem: het getuigenis van ons geweten, dat wij in eenvoud en oprechtheid voor God, niet in vleselijke wijsheid maar door de genade Gods, in de wereld verkeerd hebben, en overvloediger nog jegens u.
13Want wij schrijven u niets anders dan hetgeen gij leest of ook erkent; en ik hoop dat gij het ook tot het einde toe zult erkennen;
14Zoals gij ons ook ten dele erkend hebt, dat wij uw roem zijn, gelijk gij ook de onze zijt op de dag van de Heer Jezus.
15En in dit vertrouwen was ik van zin eerder tot u te komen, opdat gij een tweede zegen zoudt ontvangen;
En door u naar Macedonië te reizen, en weer van Macedonië tot u te komen, en door u begeleid te worden op weg naar Judea.
Toen ik dan dit van plan was, heb ik mij dan licht gedragen? Of wat ik voorneem, neem ik dat naar het vlees voor, zodat bij mij het ja ja en het neen neen zou zijn?
18Maar zoals God getrouw is, is ons woord tot u niet ja én neen.
19Want de Zoon van God, Jezus Christus, Die onder u door ons gepredikt is, door mij en Silvanus en Timotheüs, was niet ja én neen, maar in Hem is het ja.
20Want zovele beloften Gods als er zijn, in Hem is het ja, en in Hem het Amen, tot heerlijkheid van God door ons.
21Doch Hij Die ons met u bevestigt in Christus, en ons gezalfd heeft, is God;