2 Korintiërs 12:1
“Het is mij zeker niet nuttig te roemen. Ik zal komen tot gezichten en openbaringen van de Heer.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 12 — omringende verzen
Het is mij zeker niet nuttig te roemen. Ik zal komen tot gezichten en openbaringen van de Heer.
Ik ken een man in Christus, meer dan veertien jaar geleden — of hij in het lichaam was, weet ik niet; of buiten het lichaam, weet ik niet: God weet het — zo iemand werd opgetrokken tot in de derde hemel.
3En ik ken zo iemand — of hij in het lichaam was, of buiten het lichaam, weet ik niet: God weet het —
4Dat hij werd opgetrokken in het paradijs, en onuitsprekelijke woorden hoorde, die het een mens niet geoorloofd is uit te spreken.
5Over zo iemand zal ik roemen; maar over mijzelf zal ik niet roemen, behalve in mijn zwakheden.
6Want al zou ik willen roemen, ik zou geen dwaas zijn; want ik zou de waarheid spreken. Maar ik onthoud mij ervan, opdat niemand van mij meer zou denken dan hij aan mij ziet, of van mij hoort.