Terug naar 2 Korintiërs 12
VSV
Statenvertaling

2 Korintiërs 12:14

Zie, voor de derde maal ben ik gereed om tot u te komen; en ik zal u niet tot last zijn; want ik zoek niet het uwe, maar u. Want de kinderen behoren niet te sparen voor de ouders, maar de ouders voor de kinderen.

Kruisverwijzingen

Context

2 Korintiërs 12 — omringende verzen

9

En Hij zeide tot mij: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Zeer gaarne dan zal ik veeleer roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus op mij rust.

10

Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, in smaadheden, in noden, in vervolgingen, in benauwdheden, om Christus' wil; want als ik zwak ben, dan ben ik sterk.

11

Ik ben een dwaas geworden door te roemen; u hebt mij daartoe gedwongen. Want ik behoorde door u aanbevolen te worden; want ik ben in niets achtergebleven bij de allerhoogste apostelen, al ben ik ook niets.

12

Waarlijk, de tekenen van een apostel zijn onder u verricht in alle geduld, in tekenen, en wonderen, en krachtige daden.

13

Want wat is er, waarin u bij andere gemeenten tekortgekomen bent, behalve dat ik zelf u niet tot last geweest ben? Vergeef mij dit onrecht.

14

Zie, voor de derde maal ben ik gereed om tot u te komen; en ik zal u niet tot last zijn; want ik zoek niet het uwe, maar u. Want de kinderen behoren niet te sparen voor de ouders, maar de ouders voor de kinderen.

15

En ik zal zeer gaarne uitgeven en uitgegeven worden voor u; al word ik ook des te minder geliefd, hoe overvloediger ik u liefheb.

16

Maar zij het zo: ik heb u niet belast; maar als een listig man heb ik u met bedrog gevangen.

17

Heb ik door iemand van hen die ik tot u gezonden heb, voordeel van u getrokken?

18

Ik heb Titus verzocht, en met hem heb ik een broeder gezonden. Heeft Titus voordeel van u getrokken? Hebben wij niet in dezelfde geest gewandeld? Hebben wij niet in dezelfde voetstappen gewandeld?

19

Denkt u weer dat wij onszelf bij u verdedigen? Wij spreken voor het aangezicht van God in Christus; maar alles wat wij doen, geliefden, is tot uw opbouw.