2 Korintiërs 12:20
“Want ik vrees dat ik, wanneer ik kom, u misschien niet zo zal vinden als ik zou wensen, en dat ik door u gevonden zal worden zoals u niet zou wensen; dat er twisten zijn, afgunst, toorn, gekijf, lasteringen, oorinfluisteringen, hoogmoed, oproer;”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 12 — omringende verzen
En ik zal zeer gaarne uitgeven en uitgegeven worden voor u; al word ik ook des te minder geliefd, hoe overvloediger ik u liefheb.
16Maar zij het zo: ik heb u niet belast; maar als een listig man heb ik u met bedrog gevangen.
17Heb ik door iemand van hen die ik tot u gezonden heb, voordeel van u getrokken?
18Ik heb Titus verzocht, en met hem heb ik een broeder gezonden. Heeft Titus voordeel van u getrokken? Hebben wij niet in dezelfde geest gewandeld? Hebben wij niet in dezelfde voetstappen gewandeld?
19Denkt u weer dat wij onszelf bij u verdedigen? Wij spreken voor het aangezicht van God in Christus; maar alles wat wij doen, geliefden, is tot uw opbouw.
Want ik vrees dat ik, wanneer ik kom, u misschien niet zo zal vinden als ik zou wensen, en dat ik door u gevonden zal worden zoals u niet zou wensen; dat er twisten zijn, afgunst, toorn, gekijf, lasteringen, oorinfluisteringen, hoogmoed, oproer;
En dat mijn God mij, wanneer ik opnieuw kom, bij u verootmoedigen zal, en dat ik rouw zal dragen over velen die tevoren gezondigd hebben en geen berouw hebben gehad over de onreinheid, hoererij en losbandigheid die zij bedreven hebben.